Posts tonen met het label column Ilse Annegarn. Alle posts tonen
Posts tonen met het label column Ilse Annegarn. Alle posts tonen

27 mei 2024

Een mens lijdt het meest... (gepubliceerd op decolumnist.net)

Ik ben superblij met mijn nieuwe e-bike én tegelijkertijd panisch dat-ie gestolen wordt. Dat komt natuurlijk niet helemaal uit de lucht vallen, in Nederland worden er op dit moment veel meer e-bikes gestolen dan gewone fietsen.

Ik heb de tips om diefstal tegen te gaan zó vaak gelezen, dat ik zó als fietsdiefstal-voorlichter bij de ANWB kan solliciteren. Als ik thuis ben, ga ik mijn fiets afgesloten in de garage zetten. Goed idee om de garage dan ook consequent af te sluiten. Moet ik de fiets ergens parkeren, dan ga ik uiteraard het erkende ringslot gebruiken dat aan de fiets bevestigd zit. Er wordt geadviseerd eerst het ventiel van het achterwiel vlak bij het slot te plaatsen, zodat niet alleen het slot, maar ook de achterband stuk gaat áls het ze lukt dit slot open te breken. Natuurlijk heb ik ook een tweede slot gekocht. Geen slot dat in het ringslot past, want dan hoeft de crimineel maar één slot kapot te maken. Ik heb een los kettingslot aangeschaft, met 8 mm dikke schakels. Dik genoeg om als goede beveiliging te gelden, maar nog niet zo dik dat er een zwaardere accu op de fiets moet. Het schijnt veel tijd te kosten om dit slot door te knippen of slijpen. Fietsenboeven moeten nog meer stelen op een dag, dus tijd hebben ze niet. Bovendien houden ze geloof ik niet van veel aandacht tijdens hun beroepsbeoefening.

De eerste keer dat ik de fiets daadwerkelijk alleen moet laten, ben ik spuug-zenuwachtig. Belachelijk dat je (nieuwe) fiets niet mee door het poortje van de Jumbo mag! Ik vind na wat zoeken een parkeerplekje, draai het ventiel van mijn achterband netjes naar boven, zet mijn fiets op slot en pak het losse slot uit mijn fietstas. Ik bevestig het aan de fietsklem, klik het slot vast en haal het sleuteltje eruit. Zo, gepiept. Even checken voor de zekerheid. O jee, ik kan het er zo in zijn geheel vanaf draaien, hoe heb ik dat nou weer voor elkaar gekregen? Het is toch echt wel een handicap als je geen ruimtelijk inzicht hebt. En ook geen technisch inzicht trouwens. Ik kan het slot beter over één van de framebuizen plaatsen. Zo gezegd, zo gedaan. Display in het stoffen hoesje en dan kan ik eindelijk afscheid nemen en mijn boodschappen gaan halen. Mensen die zeggen dat je lui wordt van een e-bike kan ik garanderen dat ik nu al veel energie heb verbruikt!

Een kwartier later sjouw ik met de boodschappen naar buiten. Om de een of andere reden lukt het me nooit om alleen te kopen wat op mijn lijstje staat. Gelukkig heb ik twee flinke fietstassen en nog een grote stuurmand op de fiets laten monteren.
Maar waar is-ie? Ik heb extra een opvallende kleur gekozen om te voorkomen dat hij wegvalt tussen het grijze en zwarte ijzer. Ik zie hem echter nog steeds niet. Het is toch niet mogelijk dat ze in een kwartier mijn drievoudig beschermde e-bike hebben gejat?
Het huilen staat me nader dan het lachen.

Ik maan mezelf tot rust en hoor Jos in gedachten al zeggen: ‘Is niet erg schat, hij is gewoon verzekerd.’ En daarna: ‘Waar had je hem eigenlijk neergezet?’
Ineens herinner ik me weer dat ik hem om de hoek in het fietsenrek heb moeten zetten omdat mijn gebruikelijke plekje bezet was. En jawel hoor, daar staat-ie.
Nu maar hopen dat ik mijn sleuteltje kan vinden.

2 mei 2024

Ophemelen (gepubliceerd op decolumnist.net)

Tijdens een uitvaart vliegen de superlatieven je vaak om de oren.
Eigenlijk is het één grote commercial die ervoor lijkt te moeten zorgen dat de overledene een eersterangs plekje in de hemel krijgt.
Er worden flink wat tranen weggepinkt, want er is opnieuw een supermens gestorven. En altijd (veel) te vroeg!

Mocht er bij mijn heengaan nog iemand uit mijn familie- of vriendenkring kunnen en/of willen speechen, dan is het mooi als er ook wat positiefs wordt vermeld, maar het hoeft niet alleen maar positief te zijn! Ik weet zelf eerlijk gezegd meer negatieve punten van mezelf te benoemen dan positieve.

Zeg rustig dat ik ad-rem en humoristisch kon zijn, maar dat ik ook regelmatig anderen heb beledigd met mijn woorden. En dat ik dat helaas niet eens altijd zelf in de gaten had.
Vertel ook dat ik bij dammen maar één zet van mezelf vooruit kon denken, en meestal geen enkele van de tegenstander. Positief daaraan is dat anderen altijd konden winnen van me met dammen, maar dat terzijde.

Benoem dat ik a-technisch was én behept met nul ruimtelijk inzicht, waardoor elke klus die ik onderhanden nam, gedoemd was te mislukken. Dat er daardoor vaak alsnog een professional bij moest komen om de klus wél te klaren.

Geef aan dat ik zó krampachtig vasthield aan vaste tijden en patronen dat de spontaniteit bij anderen daardoor al bij voorbaat opdroogde. En dat ik ook best wel door kon drammen met hoe ik het zelf (liever) wilde.

Vertel dat ik een schijtert was die niet in een kabelbaan durfde (wiebelt, en weet je hoe vaak er een neerstort?), laat staan in een achtbaan, luchtballon of parachute. Dat ik bang was voor ieder beestje dat sneller bewoog dan ikzelf waardoor het gemakkelijker te benoemen is waar ik niet bang voor was: slakken en schildpadden.

En eigenwijs dat ik was! Het liefste leerde ik vanuit eigen ervaringen c.q. blunders en het kwartje viel vaak pas na een keer of vijf dezelfde fout! Leren uit boeken vond ik ook prima, maar dan bij voorkeur psychologische romans en niet de non-fictieboeken waaruit je natuurlijk veel meer kunt leren.

Onzeker was ik ook, waardoor mensen met een normaal zelfvertrouwen door mij al snel als arrogant of betweterig werden bestempeld. Doodzonde, want juist van die mensen had ik een hoop kunnen leren of op zijn minst imiteren!

Digitaal was ik zéér consequent, dat wil zeggen dat ik eindeloos met hetzelfde foute wachtwoord kon proberen in te loggen of steeds dezelfde fouten maakte bij het willen verbeteren van mijn blogs.

Genoeg input voor een eerlijke speech over de persoon Ilse? Je mag deze column anders ook voorlezen hoor. O shit, nou doe ik het weer, bepalen voor een ander, is ook echt een zwakke kant van me!

17 oktober 2023

Jeugdherinneringen (gepubliceerd op decolumnist.net)

Jongere mensen kunnen het zich waarschijnlijk niet voorstellen, maar in de tijd dat ‘ik’ jong was, konden we niet twitteren, chatten, berichtjes op Facebook of TikTok zetten of bekijken. Het nieuws kon je hooguit ’s avonds op de televisie zien en wilde je iets ingewikkelds weten, dan pakte je een encyclopedie. Fake-news kenden we niet, want wat in de encyclopedie stond, klopte gewoon altijd. Tenminste, zo werd ons verteld!

Alle meisjes hadden dezelfde hobby’s, tenminste in mijn herinnering. We hielden van ‘Eén van de acht’ kijken op zaterdagavond, buiten rolschaatsen, capriolen uithalen met een lang elastiek of hinkelen met een platgestampt wybertdoosje.

Binnen lazen we boeken. Heel veel boeken! Mijn moeder en ik gingen bijna wekelijks op een vaste dag naar de bibliotheek. Ik denk dat je er in die tijd als kind niet eens alleen naar binnen mocht. Het was er zó stil dat je je diep schaamde als je een keer moest niezen. Het kon ook goed dat een bibliothecaresse (het waren altijd vrouwen) dan al heel vernietigend jouw richting uit keek. ‘Sssst!’

Als jong kind had je gelukkig wel al geleerd hoe je je in een bibliotheek moest gedragen. Niet doordat je al eens gastvrij was ontvangen met bijvoorbeeld een leuke voorleessessie voor kinderen zoals ze tegenwoordig in ‘mijn’ bieb doen. Nee hoor, andere tijden! Je kwam met klassen tegelijk naar de plaatselijke bieb en het thema was: ‘Hoe houd ik de bibliotheek netjes?’ Je leerde hoe je een dik kunststof plaatje moest hanteren. Je moest het heel voorzichtig tussen twee boeken steken, op de plek van het boek dat je pakte. Zo kon je het boek op precies dezelfde plaats terugzetten EN DAT WAS HEEL BELANGRIJK!

Ik moest echt altijd weer boeken terugzetten, want ik koos er steevast meer uit dan dat ik mocht lenen. Ik was stapelgek op de meisjesboeken over Pitty, die op kostschool zat. En ik las álles van de Dolle Tweeling, die allemaal dingen deed die zeker in de bieb niet gemogen hadden. En natuurlijk las ik Leni Saris. Romantiek, aantrekkelijke, maar toch lieve mannen met relaties die ergens halverwege op de klippen dreigden te lopen maar verrassend genoeg altijd goed afliepen. Ik verslond ze, hoewel mijn moeder ze verafschuwde. Ze bevatten in haar ogen veel te veel seks (ja, er werd wel eens een zoen gegeven)!

Als kind droomde ik van onbeperkt mogen lezen, want er zaten veel restricties aan lezen in die tijd. Men dacht nog dat het slecht voor je was, veel lezen. ‘Kind, je verleest je verstand’, zeiden ze tegen me. Ik wist niet precies wat het betekende maar ik vond het eigenlijk wel mooi klinken, iets om naar te streven.

In bed lezen was helemáál slecht, daar holden je ogen van achteruit! Dus las ik, net als mijn vriendinnen, stiekem met een zaklamp onder het laken. Bang om toch al lezend in slaap te vallen, want dan kwamen er ezelsoren in het boek en dan zou er wat zwaaien. Het personeel van de bibliotheek was immers geselecteerd op ‘de bibliotheek netjes houden’ en hield ongetwijfeld veel meer van boeken dan van kinderen. Niet alles was vroeger beter!

Gelukkig ben ik altijd verslaafd gebleven aan lezen. Met een lidmaatschap bij de bieb kan ik nog steeds aan mijn leeshonger voldoen en kan ik meer boeken tegelijk lenen dan dat er in mijn fietsmand passen. Ben ik onverhoopt toch een keer door de boeken heen? Dan is er gelukkig altijd nog vermaak te zoeken op de sociale media.


4 september 2023

Snurken en seks


‘Snurk jij?’ Ze vraagt het met een lief lachje.

‘Wat een rare vraag, we kennen elkaar pas een week!’
‘Nou, het is anders wel een hele belangrijke vraag! Ik las onlangs dat snurken vaak leidt tot irritaties en ruzies, waardoor er minder behoefte aan seks is. Stel nu dat wij niet evenveel snurken, dan voorzie ik een flink probleem. Lijkt me dus heel logisch dat we daar in een vroeg stadium over praten. Dus nogmaals: snurk je?’

Hij speelt wat met een bierviltje.
‘Jij?’

‘Nee, ik had het aan jou gevraagd. Ik heb je wel door. Dadelijk zeg ik dat ik niet snurk en dan zeg jij ook snel van niet. Of ik zeg dat ik snurk en jij zegt dan ook dat je snurkt, om ervan af te zijn. En dan wonen we straks samen, lig ik lekker te snurken in de verwachting dat jij ook snurkt en heb jij achter mijn rug om een vriendinnetje, omdat je niet genoeg seks kunt hebben.’

‘Jeetje, zo heb ik het nooit bekeken, eerlijk gezegd. Nou, als het zo belangrijk is dan: ja, ik ben inderdaad een snurker. Is je vraag nu voldoende beantwoord?’

'Een kwart van alle mensen die snurkt heeft nooit of bijna nooit seks. Hoor jij daar ook bij?’

Het wordt me wel erg intiem allemaal, we hebben nog niet eens gezoend samen! Maar nu wil ik het toch echt ook van jou weten: Snurk jij?’

‘Nee, ik niet. Daarom is het ook goed dat we het er nu zo open en bloot over hebben. Kunnen we keuzes maken voor de langere termijn. Ik heb dus, hoe dan ook, als niet-snurker meer behoefte aan seks dan jij. Nu zijn er naar mijn mening drie oplossingen. Ik kan óók gaan snurken, dan wordt mijn behoefte aan seks waarschijnlijk vanzelf minder. Na drie glazen wijn ga ik altijd redelijk snurken, dus ik heb geen bezwaar tegen deze optie.
De tweede optie is dat we onderzoeken hoeveel meer behoefte ik aan seks heb dan jij. En dat ik er dan iemand bij neem op de avonden dat jij snurkt, in plaats van met mij te vrijen.’

Van het bierviltje is inmiddels niet veel meer over dan stukjes karton. Net als van zijn libido. Maar haar stem gaat onvermoeibaar door.

‘Dan blijft er nog een laatste optie over, en dat is dat jij stopt met snurken. Je kunt natuurlijk in plaats van te gaan slapen gewoon seks hebben. Tenzij je gewend bent tijdens de seks in slaap te vallen en je dan dus juist gaat snurken. Dat trek ik waarschijnlijk niet.’

‘Wat ga je doen schat? Waarom trek je je jas aan?’

‘Ik ga sigaretten halen. Ik geloof niet dat ik al toe ben aan een relatie.’

12 augustus 2023

Van het ka(s)tje naar de muur

Sinds  kort woont er een poes in onze tuin. Hoe ik zo zeker weet dat het een poes is en geen kater? Nou, er hobbelen drie kittens rond haar. Ze voedt ze uitgebreid op ons grasveld. Heel schattig.  Helaas denkt onze hond er anders over en blaft en gromt ze alles bij elkaar als ze de moeder of een van haar jongen ziet lopen. 
Ik bel mijn eigen dierenarts. Die heeft geen kooi voor me, maar hij verwijst me door naar een stichting die enkel katten opvangt. Ik bel de enige ándere dierenarts in mijn woonplaats. Die heeft geen kooi en ook geen advies voor me. Ik bel de stichting die mijn dierenarts aanraadde. Die zit al helemaal vol. "Waar woont u? O, dan moet u de dierenbescherming Noord- Limburg bellen." 
Ik vind ondanks goed zoeken, geen telefoonnummer van de dierenbescherming Noord-Limburg. Op heel veel plekken zitten ze wél, maar niet in Venlo of andere plaatsen in de buurt.  Ik bel dan toch  maar naar een andere locatie dertig kilometer verderop... en wordt snel doorverbonden naar de dierenambulance Venlo. Terug bij af. Grrr...Ik ga er zelf van grommen.  
 
Enigszins radeloos wend ik me maar weer tot mijn spiksplinternieuwe facebookvrienden en zij adviseren me te mailen met een stichting katten vangt, meeneemt en herplaatst. Precies wat ik wil! Ik leg de situatie weer uit, nu schriftelijk en krijg heel snel een reactie. Ze zitten vol, maar ik mag naar een soortgelijke stichting mailen, in Nijmegen. Dat is bijna een uur rijden vanaf ons huis, dus het vertrouwen dat zij mij kunnen helpen, is niet groot. Maar toch, al snel na mijn mailtje krijg ik van "Elke kat telt" een berichtje dat ze al over een paar dagen komen om de poes met jongen te vangen!
Vanmiddag is het zo ver. Ik wijs de twee vrijwilligers met vangkooien waar de katten gewoonlijk zitten. Gelukkig zijn ze niet net even de hort op. De eerste vangkooi wordt van binnen heel aantrekkelijk gemaakt (1 zakje kattenvoer is daarvoor al genoeg). De medewerkers observeren op grote afstand hoe het nu verder gaat en al snel horen we de val dichtslaan.

Inmiddels heb ik ook de dierenambulance al gebeld. 'Ja, ze kunnen de katten zeker komen halen, maar dan moet ik ze wel eerst zelf vangen. Hebt u een vangkooi?' Ehh, nee, ik geloof niet dat ik ooit een reden heb gehad om zo'n ding aan te schaffen. Nee dus. "Dan kunt u er een lenen bij een dierenarts, tegen betaling van borg. En dan belt u terug als u de katten gevangen heeft." 

Ik weet vrij zeker dat het geen vermiste buurtkat is. Dankzij onze Ring-voordeelcamera, heb ik katten uit onze wijk vrij scherp in beeld. Op Facebook vind ik een groep 'vermiste huisdieren" in mijn gemeente en aangezien moeder poes zich mooi op de foto heeft laten zetten, kan ik mét beeld een oproep doen om de eventuele eigenaar op te sporen.  

In no-time heb ik 75 reacties. Mensen denken te weten dat het de zoekgeraakte Lotje, Tijgertje of wie dan ook is, maar ze hebben het allemaal fout. Anderen reageren vooral met hoe zielig ze het vinden. Of dat je je kat ook niet buiten moet laten, waar dan ook weer anderen (negatief) op reageren. Het lijkt verdorie Twitter (o nee, X) wel onder mijn bericht. Dit gaat me niet helpen.  

Eén kitten heeft zich al snel laten verleiden. Ze wordt overgezet in een andere kooi en de val wordt weer geprepareerd. Ook kitten twee hapt snel toe. Moeder is duidelijk al wat wijzer en dus meer wantrouwend. Het duurt bijna anderhalf uur voordat ook zij de kooi inloopt. Er moet nog één kitten zijn, maar die heeft zich de hele middag niet laten zien. Voor de zekerheid zet ik zelf nog een paar dagen de val klaar voor dit poesje, maar ze meldt zich niet. Ik hoop maar dat ze in een gezin is opgenomen, en niet...
Heel fijn om te weten dat voor de geredde katjes een gezin gezocht wordt én dat de geredde moeder gesteriliseerd wordt, zodat er volgend jaar niet weer een stichting voor op pad hoeft voor een zwerfmoeder met kittens!

29 juni 2023

Big bag is... big mess (gepubliceerd op de columnist.net)



‘Ben je je mobieltje nu alwéér kwijt?’
Misprijzend schudt mijn man zijn hoofd.
‘Nee, niet kwijt, ik kan het alleen even niet vinden.’

Het is een dagelijks terugkerend gespreksonderwerp. Ik moet altijd zoeken naar iets. Ook al weet ik bijna zeker dat het voorwerp zich ‘ergens’ in mijn handtas bevindt.
Mijn agenda; onmisbaar nu ik wat vergeetachtiger word. Natuurlijk heb ik ook een agenda app op mijn telefoon staan, maar als ik mijn telefoon vergeet of even niet kan vinden, is zo’n papieren exemplaar toch verdomd handig.
Zonnebrandcrème. Het is een voordeeltube, dus inderdaad wat groot om mee te slepen, maar daardoor kan hij niet per ongeluk door het gat in de voering verdwijnen. Oogpotloodjes. Meervoud ja, want de punten breken altijd af in mijn tas en dan koop ik maar weer een nieuwe. Slijpen zou eenvoudiger zijn, als ik die verdomd kleine puntenslijper niet altijd kwijt was.

Wat sleep ik dan zoal mee? Wacht, ik pak mijn tas er even bij. Hij heeft twee voorvakjes en één groot vak. Die vakjes zijn waarschijnlijk oorspronkelijk bedoeld voor mijn sleutels en mobieltje. In de loop der jaren hebben zich er dingen in genesteld die ik snel ‘even’ kwijt moest. Mooie schelpen. Verfrommelde bonnetjes. Een horloge waar ik een nieuwe batterij in zou laten zetten.

De rits hapert omdat er een kettinkje tussen zit maar na wat getrek kan ik de inhoud van het grootste vak – zeg maar gerust mijn persoonlijke grabbelton – bekijken.

Papieren zakdoekjes. Schone, maar ook vieze. Er is immers niet altijd een prullenbak in de buurt. Bovendien zijn gebruikte zakdoekjes meteen een goed afschrikmiddel tegen vreemde handen die in mijn tas willen graaien.

Tampons. Sommige met het plastic er nog netjes omheen, andere half bloot en opgeblazen doordat er ook altijd een ‘ik-dacht-toch-echt-dat-ik-het-goed-had-dichtgedraaid-waterflesje’ bij me heb.Gelukkig ben ik op een leeftijd dat ik geen tampons meer nodig heb.

En dan nog verschillende pennen die hun sporen in de voering hebben achtergelaten. Verder tref ik nog een boterhamzakje met inhoud aan. Ik kan niet meer met zekerheid vaststellen of er inderdaad een boterham inzit, maar zo te voelen is het in ieder geval iets zachts. Gatver, laat ik dat maar gelijk weggooien.

Kauwgum. De tijd heeft er al barstjes in gemaakt. En dan toch echt…mijn telefoon. Ah, zie je wel dat hij gewoon in mijn tas zat.

Wat heb je als vrouw toch veel mee te slepen! Geen wonder dat ik af en toe iets even kwijt ben. Ik probeer het probleem eens met andere ogen te bekijken. Wat zou mijn man bijvoorbeeld doen als hij zijn spullen steeds kwijt was?

Verrek, dat hebben we nog niet zo lang geleden meegemaakt. De hamers, schroevendraaiers, steeksleutels, rolmaat en ander gereedschap slingerden in zo’n grote gele tas rond, waardoor hij nooit wat kon vinden. Hoe heeft hij dat toen opgelost? Eens even in de garage kijken.

Gevonden! Een gereedschapskist op wieltjes met héél veel separate vakjes, afgesloten met een doorzichtige deksel zodat er niets uit kan vallen én je altijd kunt zien wat zich waar bevindt! Dat moet voor mij ook de oplossing zijn! Zodra mijn sleutelbos weer boven water is, rijd ik naar de Gamma. Nu maar hopen dat ze hem ook in het roze verkopen!


20 juni 2023

Andermans leed...


Ik vind het zelf ook best raar. En het lijkt alleen maar erger te zijn geworden sinds ik zelf in het ziekenhuis lag; de wens om voor het slapen gaan nog snel even op tv te zien hoe anderen lijden.

Ik zet mijn matras in een comfortabele kijkstand en bij ’24 uur op de EHBO’ is het vandaag al direct raak. Er komt een melding binnen van een man met een gevaarlijk hoog hartritme. Over tien minuten zal hij arriveren. Haastig zie je het personeel alle voorbereidingen treffen. Even later wordt het slachtoffer binnengereden.

Ik ben ook erg moe rond dit tijdstip, maar weet uit ervaring dat een hartslag van boven de 200 nog veel vermoeider maakt. Alle onderzoeken die deze man ondergaat, heb ik ook gehad. Ik prevel zachtjes: ‘het komt wel goed, meneer. Hier zijn goede medicijnen voor, maar u zit daar wel uw leven lang aan vast.’ Jammer dat hij het moet doen met een zeurderige, pessimistische vrouw naast zich. Daar kun je trouwens ook een hoog hartritme van krijgen!

Ik vind het een uitdaging om als leek in te schatten wat de patiënt uiteindelijk blijkt te mankeren en zonder op te scheppen: ik word er echt steeds beter in. Denk dat ik met alle ervaring die ik inmiddels heb opgedaan, best de triage zou kunnen runnen.

Wordt iemand hoestend en heel benauwd de EHBO binnen gereden? Dan hoop ik dat er niet heel veel vocht in de longen zit. Super pijnlijk als ze dat eruit moeten zuigen, weet ik van mijn broer.

Heel vaak zegt het personeel trouwens dat ze de pijnplek eerst gaan verdoven, maar geloof dat maar niet! Ze probéren het wel te verdoven, maar als je een schouder uit de kom weer ‘erin moet laten schieten,’ is er geen werkende verdoving! Het is ook niet voor niets dat de schouderkop erin moet ‘schieten’ in plaats van het veel lieflijker woord ‘glijden’. Meestal hoor je dan ook geen kleine au meer uit je televisietoestel komen, maar een oerschreeuw die door merg en been gaat. Ik zet het geluid dan ook alvast wat zachter. Zelfs ik heb grenzen bij wat ik aankan!

Er wordt een hevig bloedende jongeman binnengebracht. Hij is met zijn vinger in de kettingzaag gekomen. Ik ben net begonnen aan mijn bakje snoeptomaatjes, als een verpleegkundige het verband van zijn hand draait. Jee, dat ziet er akelig uit. Zeker omdat een deel van de ketting nog in de vingers vastzit. Bij deze patiënt hoef ik niet te raden wat de diagnose is, nou ja, het kan natuurlijk nog variëren van (enkel) huidschade tot doorgesneden pezen en zenuwen.

Uiteindelijk is het altijd de arts die bij de ernstigere gevallen komt vertellen wat er uit de onderzoeken is gekomen. Of het verschijnt nog in een paar regeltjes in beeld, net voor de aftiteling.

Mevrouw Stevens is goed hersteld van haar botbreuk. Helaas viel zij een paar weken later bij het afdoen van de keukentegeltjes van haar aanrecht en brak ze haar nek.

Hè bah, wat een naar einde, denk ik dan. Moesten ze dat laatste er nu echt bijzetten? Want hoewel ik wel wat sadomasochistische trekjes heb, ben ik wel dol op een goede afloop, zo net voor het slapen gaan.